Een matroos uit Mozambique

DSC_0020

Hij stelde zich voor als Britz. Met een z, want zijn vader was half-Duits en zijn oma was een nazi. Ter verduidelijking maakte hij enkele handgebaren. Wij mochten hem De Wit noemen. Kort daarvoor had hij de ober gesommeerd ons bier te brengen ‘dat wel te drinken was’ en ons uitgenodigd aan zijn tafel.

Het was mijn eerste avond in Zuid-Afrika. Op enkele uren rijden van Johannesburg begon ons gesprek met deze blanke Zuid-Afrikaan, opgegroeid in Kaapstad, neergestreken in Mozambique. Zijn moedertaal, het Afrikaans, was hij niet verleerd. Ik had erover gehoord: een Zuid-Afrikaan die Afrikaans sprak zou – al dan niet langzaam – moeiteloos kunnen communiceren met iemand die Nederlands sprak. Ik had honderden vragen voor hem. Hoe het was om tijdens de Apartheid op te groeien, en in een oorlog. Hoe het was om in Mozambique te leven, waar de geschiedenis een totaal andere koers had gevaren dan in de omliggende landen. Ik hoefde hem niets te vragen. Britz vertelde wel.

Twintig jaar geleden was De Wit naar Mozambique vertrokken. Hij had er een vrouw, twee kinderen en een stuk grond. Daar verbouwde hij zijn gewassen, maar drukker was hij met vis. Als matroos had hij gevaren, op de rivieren en de zee. Hij had jaren in Brazilië gewoond, waar hij zich per schip verplaatste. Op zijn lichaam stonden matrozensporen: een groot schip met woeste pijlen. ‘Stuurboord en bakboord, maar ik weet altijd de goede weg vooruit.’ Daarbij vier sterren, waarvan er eentje zwart ingekleurd was. ‘Voor mijn vrouw, mijn kinderen en voor mij een zwarte ster.’ Hij was een blanke Zuid-Afrikaan met een zwart hart, legde hij ons uit.

Aan stropers had hij een bloedhekel. ‘Dieven zijn het,’ een scheldwoord dat veel betekent in het Afrikaans. Gelukkig wist hij goed wat hij ermee aan moest. ‘Boem boem boem,’ zei hij dan. We vertelden dat we de volgende dag via Hazyview, een plaats met een geweldig uitzicht op de Zuid-Afrikaanse bergen, naar het Krugerpark wilden rijden. Beter van niet, adviseerde hij ons. Twee jonge vrouwen op zo’n toeristische plek, dat was vragen om problemen. We zouden er overvallen worden door zwarte Afrikanen. We konden beter direct naar de wilde dieren gaan.

De Wit nodigde ons uit om te gaan eten. De kreeft kwam uit Mozambique en de sushi was er verser dan in Japan. De Wit ging ons voor, bestelde de wijn, de vishapjes en zocht de juiste kreeft uit. Zelf at hij niets. In plaatst daarvan kwam whisky. Hij vertelde. Over de talen die hij sprak, zoals het Portuñol, een grenstaal die gesproken wordt in het gebied tussen Zuid-Brazilië en Uruguay. Over de vissers die hij verjoeg, de impala’s die hij schoot en de stropers die hij gepakt had. ‘Heb je wel eens een mens gedood?’ Het was eruit voor ik er erg in had. ‘Ik weet altijd wat goed en fout is. Ik bepaal het juiste pad.’ Zijn matrozenarm hield hij ter illustratie hoog. ‘Boem boem boem,’ herhaalde hij zichzelf.

Met de glazen die volgden verdween zijn Afrikaans. Inmiddels sprak hij Engels, en soms zelfs Portugees – of misschien wel Portuñol. De malariapillen die we namen waren vergif. En we zouden gaan dansen. Wij gingen niets meer. ‘Iedereen moet doen in het leven wat hij wil.’ Zijn whisky klotste over de rand. ‘Maar ik bepaal wat goed en slecht is!’ De serveerster kwam de laatste ronde brengen. Wij vroegen de rekening, hij bood haar 500 rand (50 euro) voor de nacht. Direct stapten we op. Nog één keer keken we om. De matroos uit Mozambique zwalkte door het restaurant. Als een klein stipje verdween hij aan de horizon.

Het matrozenlijf van Britz zagen we niet meer terug, maar herkennen deden we hem overal. Het was mijn laatste dag in Zuid-Afrika. Het Apartheidsmuseum in Johannesburg toonde ons twee ingangen: één ‘slegs vir blankes’, de andere ‘vir nie-blankes’. Gescheiden liepen we door de entree, links en rechts de identiteitskaarten voor blanken, gekleurden en zwarten. Buiten troffen we elkaar, onder de indruk van de scheiding. ‘Pretoria, voorstedelke stasie vir nie-blankes.’ ‘Dames ruskamer, slegs blankes.’ ‘Europeans only.’ ‘Huurmotor staanplek vir blankes.’ En ‘de besonderhede van persoon Matheus Wynand Britz, blanke burger van Zuid-Afrika’. Een kopie van zijn zoon.

Advertenties

Een Reactie op “Een matroos uit Mozambique

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s