De hemel boven Pervomaiskoje (1)

IMG_9098

Pleisterplaatsen

Het is half vijf in de morgen als de bus de snelweg verlaat. Moskou ligt honderden kilometers achter ons, daar waar de volle Maan nog afsteekt tegen een gitzwarte hemel. Voor ons is het Zuiden; de dageraad – voorzichtig gehuld in rode contouren – hangt laag over het vlakke landschap. Vanachter het raam dommelt de Zon me in.

Vertroebelde dromen van de laatste pleisterplaatsen. Pas daar zie ik mijn medereizigers goed – hun verschillende gezichten, andere ogen. Om de drie uur worden de wc’s vijf roebel goedkoper, de deuren gordijntjes en de potten gaten in de grond. Soms een houten huisje waar koffie en soep wordt geserveerd en waarop een lichtkrant ons welkom heet. Overal zijn we omringd door vrachtwagens, de chauffeurs verstopt in hun cabines, als ze geen stevige maaltijd verorberen. En in een klein, zonovergoten dorpje – het eerste dat ik sinds zonsopgang zie – stoppen we vluchtig. We zijn al in de steppe. Het is hier vlak, met hier en daar een struik, of een bosje. Het land is bruin, beige en soms groen, zo ver als mijn ogen niet reiken kunnen. Als op een kitscherig schilderij geeft de zon het een gouden gloed.

IMG_9033

Na veertienhonderd kilometer zijn er geen pleisterplaatsen meer. Midden op een lange, verlaten weg stappen we uit. Gezoem van bedrijvige bromvliegen, gesjirp van kleine vogeltjes. De lome warmte van het zuiden. Het geel-blauw-geverfde bushokje steekt zonderling af tegen het landschap. Daar staat Opa ons in zijn Lada op te wachten. Zijn langzame lichaam tegen de borst van zijn tengere kleinzoon gedrukt, stralend diens Duitse aanstaande te zien. Op mijn hand een kus. Geluiden van Russische popliedjes uit de deurportieren echoën over de vlakte. In een halfuurtje herenigt hij ons met Oma, die net buiten het dorpje Pervomaiskoje verlangend bij de poort staat. ‘Mijn Grote God,’ roept ze geëmotioneerd uit als we er zijn. ‘Dat ik dit op mijn leeftijd nog mag meemaken.’ Haar oude handen omklemmen mijn gezicht.

IMG_9287

In Pervomaiskoje heet ik Ksenia en ligt Nederland in Afrika. Het deert niet. Dagenlang is er een bed voor me. Oma maakt borsjtsj voor ons, volgens eigen recept dat verraadt dat we niet ver van de Oekraïense grens zijn. Ze kookt en praat onvermoeibaar door. Aardappelen en koteletti, rijkelijk bestrooid met dille, pannenkoekjes met rozijnen en verse tvorok uit het dorp. In één adem ratelt ze door over haar drie zoons, van wie er twee alcoholist zijn, over heksen, de Vaderlandse Oorlog, Hitler en Stalin (de eerste een nog grotere hufter dan de tweede), haar schoondochter die te veel geld uitgeeft, alle medicijnen die ze innemen moet, hoe ze de aardappels schilt en of haar kleinzoon wel genoeg eet. Maar een Duitse en een Nederlandse, in háár huis, daar valt ze soms enkele seconden van stil.

IMG_9048

Opa helpt met het kampvuur dat we van kersenhout in de tuin maken. Dat proef je in de sjasliek. Oma brengt zelfgemaakte tomatensalsa, Opa zijn eigen wijn – de druiven gestampt onder zijn rubberen laarzen. De hemel boven Pervomaiskoje is hoog. Ik hoor een krekeltje. In de verte blaft een hond. Geknetter van het vuur, Russische en Duitse woorden, het geknip van een aansteker. Wijn kabbelt in het glas. En de Maan blijft vol. We zullen rustig slapen, want bij dit licht laten de heksen zich niet zien.

IMG_9025

Advertenties

Een Reactie op “De hemel boven Pervomaiskoje (1)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s