Onderzoek naar taalattitudes (1)

Niet de taal is veranderd, maar de waardering ervoor. (Renata de Bies, 1997)

Interview Suriname

Heel veel dank aan iedereen die heeft deelgenomen aan mijn onderzoek naar taalattitudes en aan allen die de vragenlijst veelvuldig verspreid hebben. Inmiddels is de vragenlijst gesloten.

Wat onderzoek ik nu precies?

Het was geen geheim: de sprekers die te horen zijn in mijn vragenlijst zijn allemaal Surinaamse sprekers van het Nederlands in Suriname. In januari 2014 reisde ik voor een maand af naar dit prachtige land in Zuid-Amerika voor de dataverzameling van mijn onderzoek (en om te genieten van de hartelijkheid van de Surinamers, het heerlijke eten en De Zon). Ik onderzoek de houding van Nederlandse sprekers ten opzichte van Surinaamse sprekers van het Nederlands. Niet eerder werd hier onderzoek naar gedaan; wel naar de wederzijdse attitudes van Belgische en Nederlandse sprekers van het Nederlands en recentelijk ook naar de houding van Surinaamse jongeren tegenover het Nederlands. Dit doe ik niet zomaar, maar in het licht van wat we in de linguïstiek ‘pluricentrische talen’ noemen: een taal die in twee of meerdere landen de officiële taal is. Het Engels en het Duits bijvoorbeeld, maar dus ook het Nederlands, dat de officiële taal is in Nederland, België en Suriname. Het Pools is bijvoorbeeld geen pluricentrische taal, omdat het alleen de officiële taal in Polen is. Een kenmerk van zo’n pluricentrische taal is dat de verhouding tussen de verschillende nationale variëteiten asymmetrisch is: het Nederlands in Nederland is de ‘dominante’ variëteit, een soort centrum van het taalgebied. Dat betekent onder andere dat in Nederland het meeste bepaald wordt over het Nederlands, zoals over woordenboeken, (staats)examens, lesmateriaal, leermiddelen en spellingsveranderingen. De andere variëteiten, in dit geval het Belgische en het Surinaamse Nederlands, hebben hier minder invloed op. Blader maar eens in de Van Dale: er staan woorden in die bijvoorbeeld de toevoeging ‘Belgisch gebruik’ hebben. Dat laat zien dat het Belgische Nederlands ‘afwijkend’ is van het Algemeen Nederlands, oftewel de standaardtaal. Surinaamse woorden komen er al helemaal weinig in voor; pas sinds 2005 zijn er 500 Surinaams Nederlandse woorden opgenomen in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie. Deze unie zorgt er overigens onder andere voor dat het Nederlands in Nederland, België en Suriname niet verder van elkaar gaat verschillen (want die verschillen zijn er), maar juist meer op elkaar gaat lijken. Er zijn taalkundigen die beweren dat dit voor alle pluricentrische talen geldt: de verschillen worden steeds minder groot en mensen krijgen ook steeds meer kennis over de verschillende variaties van hun eigen taal in andere landen. Dat laatste is wat ik aan het onderzoeken ben.

Uit de reacties die veelvuldig gegeven zijn aan het einde van de vragenlijst en per mail bleek ook verontwaardiging: hoe kun je nu op basis van taalgebruik iemand beoordelen op status of rijkdom? Welnu, taalattitudes veronderstellen niet dat de ene taal of taalvariëteit beter is dan de andere; wat verandert is de waardering die een taal krijgt. In de sociolinguïstiek zien we een duidelijke samenhang tussen taalattitude en de waardering voor een persoon of groep die de variëteit spreekt. Proefpersonen kunnen op basis van het taalgebruik een oordeel over de sprekers vormen. Zo is uit eerder onderzoek gebleken dat Nederlandse proefpersonen sprekers van de Nederlandse standaardtaal bekwamer dan dialectsprekers vonden, maar ze vonden ze ook afstandelijker, norser en saaier. Dialect kwam bij velen dommer over dan standaardtaal, maar dialectsprekers worden wel gezelliger gevonden dan sprekers van de Nederlandse standaardtaal.

De meningen van Nederlandse sprekers tegenover het Belgische en het Surinaamse Nederlands kunnen (deels) aantonen of de verhoudingen in het Nederlandse taalgebied asymmetrisch zijn of niet. Pas daarna kunnen we onderzoeken of de verschillende variëteiten dichter bij elkaar komen of niet. Hoewel ik jullie allemaal graag meegenomen had naar Suriname om onder het genot van een djogo en een overheerlijke roti naar jullie mening over het Nederlands van de Surinamers te vragen, ging dat feest om praktische en financiële redenen niet door. Wel wilde ik een zo spontaan mogelijke taalsituatie creëren; daarom zijn de gesprekken spontaan opgenomen (vandaar ook de matige geluidskwaliteit) en daarom kregen de respondenten zo min mogelijk informatie vooraf. Een van de grootste nadelen van attitudeonderzoek is namelijk dat mensen geneigd zijn sociaal wenselijke antwoorden te geven. Probeer het te vergelijken met de groenteafdeling van de supermarkt: een appel die er op het eerste gezicht niet lekker uitziet, ga je ook niet uitgebreid nader bestuderen omdat je je afvraagt of die echt wel zo papperig is als die eruitziet. Dat gebeurt er nu eenmaal met de eerste indruk. De vrijgezellen onder ons doen met de populaire app Tinder niet anders: op basis van een foto krijg je een eerste indruk en dat bepaalt op zo’n moment je gedrag: wel of niet doorgaan. Dat hebben de deelnemers aan mijn onderzoek ook gedaan: geef je eerste indruk, maar dan op basis van gesproken taalgebruik.

Wat de deelnemers precies vinden van het Nederlands van Surinamers, wat dat betekent voor de verhoudingen tussen Nederland, België en Suriname en of ik eindelijk mijn masteropleiding comparatieve neerlandistiek afrond? Je kunt het hier allemaal lezen op mijn blog, vanaf half juli 2014.

Advertenties

3 Reacties op “Onderzoek naar taalattitudes (1)

  1. Hoi Kirsten,
    Wat jammer dat de vragenlijst gesloten is! Ik wilde er juist aan gaan deelnemen, was zeer benieuwd. Kan ik hem nog ergens zien? In ieder geval wens ik je veel succes met het afronden van je master. En ik ga je bevindingen volgen!

    Groetjes,
    Kirsten Verpaalen
    antropoloog en docent NT2

  2. Dag Kirsten,
    Mijn complimenten voor je heldere toelichting op het doel van je onderzoek en je verwijzing naar de resultaten. Ik heb regelmatig allerlei verzoekjes lans zien komen voor medewerking aan een onderzoek, maar er daarna nooit meer iets van gehoord. Dat motiveert niet echt om energie te steken in het invullen van een vragenlijst.
    Ik hoop dat je met jouw manier van werken een trend hebt gezet.
    Succes met de laatste loodjes!
    Truus

  3. Pingback: Onderzoek naar taalattitudes (2) | KadeGee·

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s