Het postkantoor

foto-20

Russische postkantoren zijn alleen voor mensen met een heel lange adem. Mijn naïviteit verraadt me; ik beticht mijn collega’s van dwaasheid als ik me om 10:30 uur richting postkantoor begeef. ‘Denk je aan de lunchtijd?’ vragen ze, me aanmoedigend haast te maken. Ik trek een wenkbrauw op als ik op mijn afhaalbericht kijk. De openingstijden worden onderbroken door een lunch, om 13:00 uur.

In het postkantoor tel ik achttien wachtenden. Nummertjes trekken hoeft hier niet; onderling wordt de orde bepaald. Op een rode stoel zit een oude vrouw, haar beige jas open geknoopt. Haar armen kordaat op de borst gedrukt; een tevreden, vooral overziende blik. De vrouw, twee enveloppen in de hand, is wachtende – als wij. Maar zij weet alles, dirigeert de klanten met een vanzelfsprekendheid naar het juiste loket. Rechts in de hoek staat een grote man, in een nette, zwarte lange jas. Hij verroert zich niet, in tegenstelling tot de man die zojuist een torenhoge stapel enveloppen op de balie legt. Onrustig hinkt hij op zijn benen, een telefoon met oordopjes aan zijn hoofd verbonden. Hij is de enige die een plek aan het loket heeft, al is daar vanachter het glas niets van te merken. Daar wordt gestempeld, gewerkt.

Om beurten proberen klanten de aandacht van de twee medewerkers te trekken. Zij gaan onvermoeibaar door, als in een cocon, alsof het glas dat de vraag- van de aanbodkant scheidt geluidsdicht is. Het wrede gestempel dendert echter de hal door. De handen van de man achter het vensterglas vliegen razendsnel, over enveloppen, weegschalen, zegelvellen. In zijn linkerhand ononderbroken een stempel, die hij ferm op elk poststuk drukt. Onverstoord doet de man zijn werk, af en toe blaffend naar klanten – die als eersten toenadering tot hem zoeken. ‘Er is post voor me…’

Zijn collega, een kleine, blonde vrouw, die verscholen staat achter een tafel bezaaid met post, bevindt zich veel dichter bij de deur. Een voor een stappen klanten dan toch in haar richting. ‘Excuseert u mij,’ vraagt een jonge vrouw in een groene jas, die net pas binnenkomt, ‘mag ik u iets vragen?’ Enkel stempels doorbreken de ijzige stilte. ‘Pardon,’ probeert ze nogmaals. Een steeds zachter ‘Hallo?’. De krassende stem van de medewerkster blaast de vrouw tegemoet. ‘Zie je dan niet dat ik bezig ben!’ Beduusd stapt de jonge vrouw naar achteren. De oude vrouw in de beige jas knikt haar geruststellend toe. ‘Ik was hier gisteren ook al,’ zegt ze rustig. ‘Ik moest na de lunch terugkomen.’ De vrouw in de groene jas kijkt op haar horloge. Het is net 12:00 uur geweest. Vertwijfeld kijkt ze om zich heen. Haakt af. Alle ogen zijn op haar gericht, als ze door de deur naar buiten verdwijnt.

Een studente, die met me mee is om de pakketten op te halen, ratelt ondertussen door. Of ik hier niet gek van word, vraagt ze me. ‘Nee,’ geef ik eerlijk toe. De rest van de woorden slik ik in. Ze kijkt even naar de grond, haalt enigszins zenuwachtig een hand door het haar. ‘Jij bent een optimist,’ zegt ze als ze weer opkijkt. ‘Ik een pessimist.’ Ongedurig verzuchtend herhaalt ze: ‘Dit land is niet gemaakt voor mensen.’

Ik vraag me af of ze ook zo ongeduldig was geweest als ik er niet bij was. Ze schaamt zich voor de onkunde, voor de onduidelijkheid. ‘Waarom wil je in dit land wonen? Hier is alles onvoorspelbaar. Je weet nooit waar je aan toe bent.’ Het antwoord wil ze vermoedelijk niet eens weten, zal haar niet kunnen bekoren. Ik doe toch maar een poging, haar – zoals ik zo vaak al heb moeten doen hier – uit te leggen dat de voorspelbaarheid en regelmaat in Nederland me te saai werd. Ze schudt niet-begrijpend haar hoofd.

Terwijl ze net begint aan het opsommen van alles wat haar tegenstaat in Rusland, worden we bruut onderbroken door de medewerkster. Even denk ik dat we aan de beurt zijn, maar we krijgen een andere boodschap: we worden gesommeerd te stoppen met praten.

foto 2-1

Lunchtijd nadert. De achttien klanten, nog altijd wachtend als uren daarvoor, komen langzaam in beweging; in elkaars richting, blikken uitwisselend, afhaalberichten onderzoekend. De enige man die al die tijd met zijn enveloppen aan de balie staat, kondigt aan een sigaret te gaan roken. Dan stapt de man in de lange jas naar voren. Zijn stem past bij zijn postuur; in donker Russisch verliest hij zijn geduld. Als de oude vrouw in beige jas hem bijval geeft, is het startsein gegeven: bij de stempelende postbeambte gaan drie vrouwen verhaal halen. Achter het loket worden de stemmen scheller, botter; de stempels stempelen steeds luider – niet sneller. Nog tien minuten te gaan.

foto 1-1

‘Komen jullie allemaal maar na de lunch terug!’ roept de medewerkster. Maar het is al te laat. De klanten gaan helemaal nergens heen. Niemand vertrekt. In plaats daarvan staan we nu met z’n allen voor het glazen loket van de stempelman. Die geeft toe, breekt – en neemt één afhaalbewijs aan. Ineens ligt de balie vol, met volgekladde briefjes. De man kan niet meer terug, probeert nog enkele reçu’s te retourneren, bij gebrek aan correct ingevulde achterzijde. Een van die briefjes is van mij. In een razend tempo schuiven de poststukken onder het raampje door. We hebben nog twee minuten. De man weet niet wat hij met mijn paspoort aan moet. ‘Nee, de afgifteplaats “De Ambassadeur van Berlijn” moet in het Russisch, evenals de officiële verblijfplaats zoals vermeld op de registratie.’ We zoeken als dwazen door mijn papieren, krabbelen gehaast op het vettig geworden papiertje. De eerste kartonnen doos wordt over het loket getild. Mijn tweede formulier is nog onvolledig. Het papier scheurt bijna, als ik mijn handtekening zet. Zonder naar de inhoud te kijken, grist de man het papier uit mijn handen en niet het aan een stapeltje documenten. Een vrouw van middelbare leeftijd die vlak naast me staat, kijkt goedkeurend hoe het tweede pakket omhoog komt. ‘Zeg,’ vraagt ze ons, ‘waar hebben jullie zo goed Engels geleerd? Weet je, mijn zoon zit nog op school, maar zijn Engels is zo slecht. Ik weet het niet hoor, met die docenten. Dus nu dacht ik…’ Met een knal valt het tweede pakket op de grond. Het zijn maar boeken. Die kunnen wel tegen een stootje.

Advertenties

3 Reacties op “Het postkantoor

  1. We hebben er lang op moeten wachten, maar eindelijk worden we weer verwend met een beeldend verhaal uit good old Moskou…Vreemd genoeg kan ik me jou niet voorstellen als geduldig wachtende klant…..Maar ja, in zo’n situatie kijk je natuurlijke weer je ogen uit om ons vervolgens mee te laten kijken…xxx

  2. Wat een prachtig verhaal. Ik kreeg het gevoel dat ik zelf in dat postkantoor zat. Ik zal het eens doorsturen naar Anfisa. Ben benieuwd wat zij ervan vindt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s