Enkele reis Moskou

Visum

Vandaag ondertekende ik voor een nieuw jaar mijn contract met Moskou. Dat gebeurde onder toeziend oog van mijn collega’s. Blijdschap op hun gezichten, en op het mijne. Opluchting ook. Want nog maar een paar maanden geleden vreesden ze dat ik nooit meer terug zou komen. Getwijfeld heb ik toen ook, voor even.

Het was in die dagen dat ik naar Nederland wilde afreizen voor de jaarwisseling. Het weerzien met familie en vrienden was nabij en de stamppot en de hertenbiefstuk van mijn moeder kon ik bijna ruiken. Sinds ik tante ben verheug me alleen maar meer op een vakantie in Nederland, mijn koffer vol cadeaus voor de kleine jongetjes en vodka en kaviaar voor de rest.

Op luchthaven Domodedovo checkte ik in. Moskou lijkt voor velen ver weg, maar in drieënhalf uur sta je op Schiphol. Opgetogen sloot ik aan in de rij voor de paspoortcontrole. Wat een vriendelijke man, dacht ik toen ik aan de beurt was. Achter het raam bladerde hij in mijn paspoort, bekeek mijn visum. Een telefoontje. ‘Is alles in orde?’ vroeg ik hem, geenszins bezorgd. Het duurt wel vaker allemaal iets langer in dit land. ‘Nee, nee, iets kleins. Loop je even mee?’ antwoordde hij geruststellend vanachter het raam. Ik liep nietsvermoedend mee naar een kantoor achter de glazen hokjes van de paspoortcontrole. Daar nam hij vriendelijk afscheid, terwijl hij mijn paspoort en boarding pass overhandigde aan een collega. Ik moest eventjes wachten.

Geen moment maakte ik me zorgen. Meerdere keren reisde ik op een toeristenvisum naar een land waar ik iets meer deed dan de toerist uithangen. Ik kocht wel eens een retourticket vanuit een stad waar ik nooit zo komen, om een visum te krijgen. Maar nu, met mijn zakelijke visum voor Rusland, op weg naar mijn vaderland, was er niets aan de hand. Vorige maand vloog ik nog naar Belgrado en weer terug. Het zou dus wel een steekproef zijn. Of zoiets.

Na drie kwartier werd ik toch wat onrustig. De ene na de andere beambte was met mijn paspoort in de weer. Er werd me niets gevraagd. Er werd me niets verteld. De tijd tikte door. Ik heb me wel eens moeten haasten om het vliegtuig te halen; meer dan eens kreeg ik een final call. Maar een vlucht gemist heb ik nooit.

Plotseling stond ze voor mijn neus. Een dikkig, plomp vrouwtje, ergens in de dertig met de motoriek van een bejaarde, in een te strak uniform. Met een hand in haar zij tetterde ze in het Russisch in mijn gezicht. Ze wapperde wild met mijn paspoort. Schudde boos haar hoofd. ‘In het Engels, alsjeblieft,’ vroeg ik haar wanhopig. Ik begreep er geen zak van. Eerst ging ze in discussie over mijn talenkennis. ‘Je spreekt nu toch Russisch?!’ In mij borrelde woede. ‘Bier bestellen kan ik in het Russisch, ja, maar dit begrijp ik toch allemaal niet!’ riep ik fel uit. Ze stak mijn paspoort onder haar bezwete oksel en nam mijn ticket in haar handen. Twee woorden Engels sprak ze.

‘No flight.’

 En ze scheurde mijn boarding pass in tweeën.

Direct kwamen er allemaal mannetjes om me heen staan. Tot dan toe had het Russisch me nog altijd als betoverende woorden in de oren geklonken, als muziek, of pure poëzie, gedeclameerd op het ritme van de adem. Nu vormden de woorden een donkere wolk, waaruit elk moment allesvernietigende schichten konden flitsen. De hoop dat we het allemaal nog wel eventjes konden regelen, vervloog met de minuut.

Ik vroeg om een tolk. Werd geweigerd. Ik vroeg om een diplomaat op het vliegveld. Geweigerd. Ik vroeg iemand van de ambassade te bellen. Geweigerd. Ik vroeg iemand van de universiteit te bellen. Geweigerd. Njet. Njet. Njet.

Ze wezen maar op mijn laatste visum, en op het paspoortnummer dat daar vermeld stond. Anders dan op mijn vorige visa ontbraken de eerste drie letters. Ik moest maar naar mijn migratiebureau en dan met een nieuw visum terugkomen. Met die drie lettertjes. Dat kon weken duren. Tot die tijd mocht ik het land niet uit. ‘Maar, maar…’ probeerde ik uit te brengen, ‘ik wil alleen maar naar huis.’

Mijn been, dat enkel nog trilde, begon nu stampbewegingen te maken. Woest was ik. Ik vroeg om een document als bewijs dat zij mijn boarding pass hadden verscheurd en mijn migratiekaart hadden ingenomen. Dat hadden ze niet. ‘In dit land van oeverloze bureaucratie, waarin alles in drievoud moet, hebben ze hiervoor geen document?’ Ik schreeuwde inmiddels.

In de verte zag ik nieuwe mannen naderen. Even schoot door mijn hoofd dat het detentiecentrum op Schiphol waarschijnlijk een luxe hotel zou zijn vergeleken met dat hier. Toch hield ik voet bij stuk en zei te blijven, net zo lang tot ik iemand mocht bellen. Het antwoord voelde ik aan mijn armen. De twee mannen in uniform die net nog naderden, stonden inmiddels naast me. Ze pakten me met een stevige hand bij beide armen (bij kop en kont, zou mijn vader zeggen) en bonjourden me zo de luchthaven uit. Als een echte crimineel.

Ik haastte me naar de universiteit, compleet gevuld met waanzin. Woede. Frustratie. In de trein belde ik met collega’s van de internationale afdeling, die me sommeerden daar te blijven. Het duurde even voordat hen duidelijk werd dat die mogelijkheid uitgesloten was. Op de faculteit trof ik mijn collega’s – zo nog bozer – in alle staten aan. ‘Hoe was dit nou mogelijk?’ riepen ze uit, terwijl ze woedend het vliegveld probeerden te bereiken. Een nieuw systeem van de migratiedienst verklaarde het ontbreken van de drie letters op mijn visum, aldus hun relaas. Ik dacht er het mijne van. Het kon me niet schelen; ik wilde zo snel mogelijk met het vliegtuig naar huis, weg uit dit door God verlaten rotland, met zijn zwarte taal en hondse mensen. Alles werd in werking gesteld, al merkte ik daar niets van. Met mijn vrienden dook ik maar de kroeg in – pas de volgende morgen zou er nieuws zijn van het migratiekantoor.

De volgende dag wachtte ik vanaf acht uur naast mijn telefoon. Laat in de middag ging die eindelijk. Ik kon mijn nieuwe visum ophalen, inclusief De Drie Letters (NUL, om precies te zijn – Oh, Freud). Ik boekte direct een nieuw ticket, waarmee ik de volgende dag alsnog naar Nederland kon vliegen. Hoewel alles nu in orde leek, kreeg ik van mijn collega’s toch nog een Russische weerbaarheidstraining. Ik moest immers nog zonder migratiekaart de paspoortcontrole door zien te komen. Ik kreeg een lijst mee met telefoonnummers van mensen die ik kon bellen, voor het geval het weer mis ging. Tolken, advocaten, diplomaten en het hoofd van de migratiedienst, ze stonden allemaal op het lijstje. Daarna gingen we oefenen hoe ik in het Russisch op mijn rechten kon wijzen. Wat ze me allemaal hadden geweigerd de dag ervoor, was strafbaar. Ze gingen het voor me aanvechten. Vervolgens deden ze me voor hoe ik een goede vuist moest maken, om op een tafel te slaan. Tot slot vertrouwden ze me de geheime tip toe: ‘Zeg dat je voor de krant werkt en dat je het hele verhaal met naam en toenaam gaat plaatsen.’ Ik voelde me zelfverzekerd genoeg om me opnieuw naar de luchthaven te begeven. Voor ik vertrok, vroegen mijn collega’s me zachtjes: ‘Je komt toch wel terug, hè?’

Bij mijn volgende poging het land te verlaten kon ik zo doorlopen. Ze vroegen niet eens naar mijn migratiekaart. In Nederland was het heerlijk. Ik genoot van mijn familie en vrienden, mocht elke dag kiezen wat ik wilde eten, en verbleef daarna nog enkele dagen in Berlijn. Het afscheid van mijn voormalige woonplaats viel me zwaarder dan gedacht; misschien vertrek ik er wel nooit zonder een traan. Nog prettiger dan blijven, is terugkomen, zei ik zelf eens. Ik had gelijk. Het kan niet altijd kaviaar zijn.

Na tien dagen stond ik weer op Russische bodem. Bij metro Park Kulturi scheen de zon, die glinsteringen in de ijskoude lucht maakte en de vers gevallen sneeuw nog feller wit liet kleuren. Het vroor twintig graden, zag ik op het grote billboard dat me in fonkelende letters toeriep. Ik was weer thuis.

Russen hebben naar eigen zeggen een moederland, geen vaderland. Ofschoon ze beide kunnen refereren aan een thuisland, zijn er ook verschillen tussen beide woorden: vaderland als land van geboorte en moederland als land dat koloniën heeft; ooit ontstaan als begrip in de strijd om onafhankelijkheid. Als Nederland mijn vaderland is, Duitsland mijn Heimat, dan is misschien Rusland wel mijn moederland. Want steeds, hoe paradoxaal soms ook, boek ik een enkele reis Moskou.

Advertenties

3 Reacties op “Enkele reis Moskou

  1. Pingback: Onverwacht bezoek | KadeGee·

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s