Martin

Martin houdt van voetbal en vindt Hollandse Leeuw wel een geinig spel. Hij kan niet zo hard rennen en vanuit de schaduw observeert hij de spelende kinderen. Soms lijkt het of hij een beetje hinkt met een been, maar dat is zijn stoere loopje. Met een schuine blik kijkt hij me aan. Pretogen. Onder de boom blijft hij steeds dicht bij me. Als we voor de lunch naar het eetgedeelte van het weeshuis lopen, slaat hij zijn arm om me heen. Niet om mijn middel, hoewel dat voor zijn lengte handiger zou zijn, maar zijn hand rust op mijn schouder. Zijn andere hand pakt de mijne. Ik knijp er zachtjes in.

Martin is acht jaar. Met tbc en hiv werd hij naar Blessed Generation Children’s Home gebracht. Daar krijgt hij elke dag medicijnen en gaat hij maandelijks naar het ziekenhuis voor controle. Tijdens onze eerste ontmoeting is Martin niet meer dan een vaatdoek. De dag ervoor is hij ziek geworden. We brengen hem die dag, buiten zijn gewone controle om, naar het ziekenhuis. Hangende schouders, fletse ogen. Op de hiv-poli wordt hij warm ontvangen door een potige, jonge vrouw. Ze is 22 en werkt als vrijwilliger op de afdeling. Zelf werd ze meer dood dan levend in het weeshuis gebracht, jaren eerder, en de hoop was bijna opgegeven. Ze kreeg medicijnen en begon weer te leven. Nu geeft ze voorlichting over hiv, waaraan je niet hoeft te sterven, zoals ze vertelt.

Foto: Kirsten de Gelder

De bankjes zijn van steen. Buiten zit een man in een zwart-wit gestreept pak. Het is een gevangene. Op de akkerlanden naast het weeshuis werken de gevangenen in boevenpakken met pikhouwelen, scherp in de gaten gehouden door bewakers met grote geweren. Ook boeven worden ziek. Ik denk terug aan vroegere bezoekjes aan de huisarts. Voor een wratje op de duim, een spuitje tegen oorontsteking, gingen we naar de huisarts in het dorp. Gegarandeerd feest, want bij de huisarts was speelgoed. Veel speelgoed. En altijd leuker dan de troep die je thuis had. Hier is geen speelgoed. Urenlang wachten we met Martin op het stenen bankje. Er wordt bloed geprikt. De arts moet lunchen, dus de uitslag van de malariatest laat op zich wachten.

Een paar dagen later staat Martin voor het raam te zwaaien. Hij herkent me nog. Inmiddels is hij aan de beterende hand, uitgelaten. De high five verwordt een omhelzing. Het is zaterdag. Vandaag is er geen school. We voetballen, zingen liedjes. In de schaduw leer ik hem een handspelletje. Aapje-aapje-aapje-aapje-olifantje. De andere kinderen doen er een half uur over. Martin kijkt me lachend aan. Zwijgt. Hij heeft me meteen door.

Later die week ontmoeten we Mirjam. Opgegroeid in het weeshuis woont ze nu op zichzelf. Ze heeft veel geleerd. Tijdens haar zwangerschap heeft ze haar medicijnen trouw genomen, zodat haar pasgeboren dochter geen hiv heeft. Mirjam is achttien en zorgt voor haar familieleden. Als bijverdienste maakt ze tassen en andere prularia. In het weeshuis verkopen ze een deel van haar collectie. Mijn pannen stralen inmiddels op haar zelfgemaakte onderzetters.

Het is een simpele rekensom. Noem me pathetisch, maar van economie heb ik nooit iets begrepen. Voor twintig euro eet een gezin een hele maand, voor veertig kan een kind naar school. Een dak, een schooluniform, een schrift, liefde. Ik heb het gezien. En het is waar.

Malindi is warm. Beklemmend warm. In de keuken van het weeshuis, zo nog warmer, vertelt een van de vrijwilligers, een Keniaanse moeder, trots het menu van de hele week. Elke dag iets anders. Vandaag eten we ugali, een maïspap, met groenten en gedroogde visjes. We eten met onze handen. Als uitzondering van de week mag na het eten de televisie aan. Een MTV-achtige zender staat op. De kinderen maken dansend het eetgedeelte schoon. Daarna nemen we afscheid. Een jongetje van vijf roept nog één keer: ‘Mzungu, mzungu, look me! Look me!’ en doet een mislukte radslag. Een ander sist terug: Die blanke heet Kirsten. De meisjes strijken nog eens door onze haren. De moeder van de keuken pakt onze handen en vraagt ons terug te komen. Andere kinderen zijn druk in de weer met jojo’s en ballen. En Martin heeft zijn hoofd gebogen. Ik slik mijn tranen weg. Afrikaanse kinderen huilen niet.

Advertenties

9 Reacties op “Martin

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s