De baobab

Foto: Kirsten de Gelder

Een weg is volgens Van Dale een smalle strook grond in een landschap, gebruikt en geschikt gemaakt voor verkeer. In Malindi rijden we over wegen die deze eigenschap in het geheel niet bezitten. Een verbinding van de ene plaats tot de andere is het  – mits je goed kijkt – wel. In een bordeauxrode pick-up, waarop met witte letters Blessed Generation Children’s Home geschreven staat, maken we een week lang verbinding met een wereld die ik tot dan toe enkel van de Unicefreclame ken. Achterin de auto liggen pakketten met voedsel, voorin zit George achter het stuur. Hij brengt ons naar hutjes, gebouwd van klei en stront. Er is hier niets. Uit huizen zien we rookpluimen komen, ten teken dat er gekookt wordt. Niet alle huizen hebben hier vuur.

Takken maken een krakend geluid als we voorbij rijden. Waar ik geen doorgang zie, ziet George die wel. De pick-up baant zich een weg door de begroeiing, langs de hutjes, voorbij zwaaiende kinderen op blote voeten. Felgekleurde uniformen tonen schoolgaande kinderen. We zien er een paar. In het midden van niets stoppen we bij een hutje. Uit de ingang komen drie kinderen, gevolgd door hun moeder. Diepgebogen draagt de vrouw een lege pan als ze het gordijntje opzij schuift. Ze gaat gebukt onder de zon. Tot tien jaar geleden woonde ze in Tanzania, wordt ons getolkt, waar albino’s vermoord worden. Voor hun bloed, hun huid, als offer voor het kwade dat de mensheid treffen kan. Hoog in de bergen was het klimaat haar enige bescherming. Ze komt in Malindi terecht, waar de klamme lucht de pigmentloze vrouw direct in haar greep heeft. Gelukkig ontmoet ze een leuke man met wie ze vijf kinderen krijgt.

Op een boomstam en een verlaten autoband nemen we plaats. We zijn hier niet op de koffie. Op de armen van de vrouw, op haar benen, schouders, in haar hals en haar gezicht zitten wonden, als van een melaatse. Ze kan ons moeizaam zien. De weg naar het akkerlandje, waar ze groente kan verbouwen, is evenmin goed zichtbaar. Het is een uur lopen heen, en een uur terug, in de zon. In Malindi brandt de zon al op een gezonde huid. Als een aanmaakblokje loopt ze de weg af. Haar man is kostwinner maar wint niets. Soms is hij een week weg en keert hij terug met lege handen. Hij is druk bezig een nieuwe vrouw te vinden, voor als zijn huidige overlijdt. Of voor als zij terug gaat naar Tanzania, zoals hij haar aangeraden heeft.

Foto: Kirsten de Gelder

Haar oudste twee kinderen gaan naar school en de andere drie zijn thuis. Voor hen is er geen uniform, geen schriftje en geen pen. Als hun moeder sterft, zijn alle vijf wees met een vader. Hun vader wil liever kinderen met een andere vrouw. Maar een wees met een vader is geen wees. Een huis voor kinderen zonder ouders zal hen niet zomaar opnemen. En daarom, vertelt George ons, moeten we zo snel mogelijk zorgen dat de vrouw in een ziekenhuis behandeld wordt. De plastic tas, die ik met beide armen moet dragen, overhandigen we de vrouw. Het vuur kan weer aan. Van het meel, de rijst en de olie kan ze een paar dagen eten koken. Morgen komen we terug. Morgen weten we of ze naar een ziekenhuis kan.

Tegen een strakblauwe, rimpelloze lucht steekt een grote baobab af. Onder de boom parkeren we de pick-up. Eerder viel me deze reusachtige boom in de duisternis op. De nacht was zo zwart als ik de donkerte zelden zag. In de wildernis staarde ik de hemel af, voor het kleine koepeltentje, waar de nacht me ongekende geluiden toefluisterde. Enkel sterren brachten het licht dat de contouren van de boom onderscheidde van de duisternis. Feilloze lijnen van een ets in het donker.

Bij daglicht zie ik pas hoeveel schaduw de boom kan brengen. We stappen uit de auto en worden welkom geheten door twee zussen. Noodgedwongen wonen ze samen. De een, moeder van drie kinderen, is weduwe. Toen haar man overleed aan aids, bonjourde zijn familie de verse alleenstaande moeder en haar met hiv-besmette kinderen eruit. Niet langer konden zij zorg dragen. De vrouw is 22 jaar. Ze woont samen met haar zus en diens twee kinderen. De zus is verlaten door haar man, omdat ze ‘mad in her head’ is. Eens in de zoveel tijd is ze wat in de war. Ze is 25 jaar. In het huisje brandt vuur, maar veel om te koken is er niet. We brengen ons pakket. Nu hebben ze weer twee weken langer om werk te zoeken. Ik voel een kinderhand op mijn blanke huid. Het is een hand die nog een nooit met een pen op papier heeft geschreven, een vinger die nooit de lucht in is gegaan om trots het antwoord te vertellen. Over twee weken komt George terug, met eten, en misschien een goede boodschap. Misschien vertelt hij over twee weken dat de kinderen wel naar school kunnen.

Foto: Kirsten de Gelder

De volgende dag komt George ons weer ophalen. Op de achterbank van de pick-up kruipen we tegen twee warme Belgen aan. Ze betalen die dag de rekening in de supermarkt, waar voor de ruim 100 weeskinderen, 50 leerlingen van buiten en nog eens 20 man docenten en ander personeel van Blessed Generation Children’s Home voor twee weken eten wordt gekocht. Het echtpaar, zo in de zestig, is net als wij diep onder de indruk van het werk dat het centrum verricht. ‘Dat is toch zó anders hier dan bij ons, hè?’ zegt de man. We knikken maar instemmend. ‘Wij waren nog nooit eerder echt in Zwart Afrika,’ gaat hij verder, ‘behalve in Turkije.’ Turkije is bijna Afrika, ja. We onderdrukken een lach. Bij het uitstappen spreekt hij tot besluit toch nog wijze woorden: ‘Afrika redden we er niet mee en de wereld al helemaal niet. Maar als we nou allemaal doen wat we kunnen, kunnen we met z’n allen nog een beetje hopen.’ Een terechte hoop, waarin ik durf te geloven. Er is een weg die er ligt maar gevonden moet worden. Bij Turkije moet je het water over, een stuk doorrijden nog, de kust aanhouden en daar vind je Malindi. Daar is de weg een verbinding, zoals de scherpe lijnen van de baobab zich kraakhelder aftekenen tegen een egaal hemelgewelf.

Advertenties

7 Reacties op “De baobab

  1. Fantastisch! Als je dit nou in het kerkenblad van Enschede zet, dan zullen nog meer kinderen (en alleenstaande moeders) hun weg naar het weeshuis vinden… 🙂

  2. Tja, wat een leven voor die vrouw en kinderen daar… bang voor de toekomst? (en wie weet hoeveel lotgenoten ze hebben) Gelukkig zijn er mensen als jij en je Belgische medestanders (als zucht ik bij hun abominabele geografische/ etnografische kennis…)

  3. Via facebook ( Ineke) kwam ik de link naar jou weblog tegen.
    Ik heb je verhaal met ontroering gelezen.
    Wat ben je toch ondernemend en goed bezig!
    Gr. Mieke Redeker

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s