Huismus

Foto: Kirsten de Gelder

Mijn vader had vroeger een LP met vogelgeluiden. Je kon dan raden welke vogel welk geluid maakte. Mijn broer was daar heel goed in. Ik kon geen huismus van een struisvogel onderscheiden en eerlijkheidshalve heb ik daar nog steeds moeite mee. Mijn vader kon de plaat twintig keer opzetten, maar het onderscheiden van de ene tsjilp van de andere was voor mij een onmogelijke opgave. Wanneer ik met mijn ouders, broer en zussen in de auto door het prachtige platteland van de Achterhoek reed, was er altijd wel iemand die een buizerd herkende in de lucht. Dat was meestal – wederom – mijn broer, waarna mijn vader hem uitgebreid complimenteerde. Dat wilde ik ook. Het ging zelfs zo ver dat ik mijn moeder op een bepaald moment in mijn jeugd heb gesmeekt om een abonnement op de Vroege Vogels, een blad over (niet geheel onverrassend) vogels. Na zes maandelijkse edities had ze me door en dreigde ze het blad op te zeggen. Ik las het niet. Wel sloeg ik het open op mijn kamer, om te laten zien dat ik het las. Ik kreukelde zelfs het papier, om de belezen status aan te tonen. Ze geloofde me niet. En terecht. Een andere truc heeft langer succes gehad: als ik een groot vliegend object in het buitengebied zag, zorgde ik ervoor de eerste te zijn die riep: ‘Een buizerd!’. En zo simpel als het klinkt, kreeg ik dan een pluim. Soms was het een valk en had ik mis gegokt, maar dan kreeg ik goedkeurend uitleg over een kleurig vlekje in de vacht en de vorm van de snavel. Het zal in diezelfde periode zijn geweest dat ik genadeloos door de mand viel. Op een zomerse dag voeren we een haven in Engeland binnen. Het was vakantie en waarschijnlijk kon mijn geluk niet op toen ik mijn moeder op de achtersteven trots attendeerde op een dier in het water. Daarbij sprak ik de inmiddels legendarische woorden: ‘Hé, daar vaart een kip!’ Het was een zeemeeuw. Het is nooit meer goed gekomen. Ik heb een vogeltrauma.

In Berlijn ontkom ik niet aan het vogelthema. Dankzij het Klein Orkest neurie ik vaker dan gewenst ‘En alleen de vogels vliegen van Oost- naar West-Berlijn, worden niet teruggefloten, ook niet neergeschoten’. De grote adelaar op het gebouw van het oude vliegveld Tempelhof is de katalysator voor herinneringen aan geschiedenislessen. Het Duitsland van roofvogels heeft plaatsgemaakt voor dat van winterkoninkjes. Of voor andere vogels die vrolijk verder vliegen, komen en gaan. Het zal je niet verbazen dat ik je moet onthouden van een andere, passende vogelmetafoor.

Ook kan ik geen betere uitdrukking vinden als ik vertel me hier zo vrij als een vogel te voelen. En alvorens ik mijn contract op de universiteit had ondertekend, had ik de nodige werkvergunningen en sociale verzekeringen uit te vogelen. Als ik veertien van de eenentwintig studenten in mijn lokaal heb, is dat beter één vogel in de hand dan tien in de lucht. En hun leer ik vervolgens dat het vogels van enerlei veren zijn.

Soms moet ik hier naar adem happen, maar niet omdat het er me benauwt. Alsof de lucht ijler is. Als ik voor de zoveelste keer Unter den Linden passeer of irgendwo de hemel afspeur om een glimp op te vangen van de Fernsehturm, dan wil ik het bombastische in Berlijn ervaren. Ik wil elke keer van de Berliner Dom opkijken, ik wil huiveren bij de Brandenburger Tor en rillen van De Muur. Het wordt vanzelfsprekend. Het Duits heeft zich onderscheiden van het Nederlands; in de taal en in het leven. Het kleine vervangt het groteske. Geen adelaar die me hier opvalt. Ik zie alleen mussen.

Advertenties

10 Reacties op “Huismus

  1. Hallo Kirsten,
    Welke mussen bedoel je? Huismussen of ringmussen? Het is wederom een prachtig verhaal en zo waarheidsgetrouw als… ik weet niet wat. Ik zie al weer halsrijkend uit naar de volgende story. Kortom het is paletti.
    pappa.

  2. Tis toch nog aardig goedgekomen Job, de Kiwi en de Tui kan ze er zo uitpikken. Jammer dat de eerste zich nooit laat zien en die laatste is uitgestorven…wat een bieretiket wel niet kan doen…

  3. Lieve Kirs,
    Eerst tranen gelachen (eerste deel},ja ik weet het allemaal nog! Dan een lach om de uitdrukkingen en een glimlach (wat een mooi stukje)bij het slot.

  4. Lieve Kirsten,

    Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is, maar jij bent echt begiftigd met een gouden keeltje!! Je bent dan wel als trekvogel neergestreken in Berlijn, maar zo te zien ben je allang geen vreemde eend meer in de bijt…Lief kippetje, blijf alsjeblieft het hoogste lied fluiten. Als grote vogelliefhebber geniet ik elke keer met volle teugen van jouw indrukwekkende getjielp!!

    Knuffel, Ineke

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s