Voorherfst

De term ‘nazomer’ fascineert me. Vooral het deel zomer misleidt. De zwoele dagen in september en begin oktober doen we echt tekort met dat genazomer. De overgang naar het nieuwe seizoen verdient meer dan dat. Vol trots presenteer ik hierbij dan ook de geheel vernieuwde term ‘voorherfst’. Ik zal vertellen waarom.

Op 1 oktober besloot ik een barbecue te kopen. Die aankoop werd mede mogelijk gemaakt door het klimaatprobleem, want ook hier was het tropisch warm. De heerlijke weken in Nederland heb ik te danken aan het vermakelijke gezelschap van familie en vrienden waarin ik verkeerde; het onbetrouwbare weer daargelaten. Eenmaal thuis konden de slippertjes weer uit de kast en maakte ik lonend gebruik van het buitenleven waar Berlijn zo rijk aan is. Dat kon ik goed combineren met het hervatten van de studie. Literatuur lezen kan ook buiten. En zo sleepte ik mijn boeken naar parken, strandjes aan de Spree, terrassen en verlaten vliegvelden.

Toch is de periode van voorherfst een lastige. Het is een worsteling met afscheid nemen van het zwoele buitenbestaan en met de aantredende melancholiek van vallende bladeren, de wind door je haren en kneuterigheid binnenshuis. Geen beter seizoen dan de herfst dat past bij mijn tweede – en nog lang niet laatste – periode in Berlijn. De voorherfst is er een voorbode van.

En zo genoot ik van mijn zelf geïnitieerde voorherfst. De dag na thuiskomst moest ik op de universiteit zijn. Op weg naar de metro klonk er een noodkreet op rechts. Je moet weten dat de campus een prachtige ligging heeft, omgeven is door groen, maar ook een vreselijke bestrating kent. De vrouw die om hulp riep, zat in een rolstoel. Ze vroeg me of ik haar een eindje richting metro wilde begeleiden over de dikke keien. Ook al was het 28 graden en liep ik op nagenoeg mijn hoogste hakken, ik twijfelde geen moment. Nou ja, een fractie van een seconde dan. Een maand lang had ik in Nederland verkondigd hoe tolerant de Berliners wel niet zijn, dus weigeren was geen optie. Ik stemde in. Ik weigerde ook niet toen de handvatten van de rolstoel tot mijn knieën bleken te komen. Of toen de rolstoel zelf uit 1953 bleek te stammen. Of toen na honderd meter waggelend over de keien mevrouw eigenlijk wel helemaal naar de metro gebracht wilde worden. En ook weigerde ik niet toen weer vijftig meter verder duidelijk werd dat mevrouw einen Sprung in der Schüssel* had. Vloekend en tierend (zij dan) vervolgden we onze weg. Ze gilde het uit toen ik zachtjes een oe-klank uitstootte op het moment dat het karretje het leek te begeven. Ze krijste bij het knipperde voetgangerslicht dat ik haast moest maken. Terwijl we het metrostation naderden, was er geen voorbijganger veilig. De vrouw trok mensen aan hun jas en maande hen schreeuwend om hulp. Waarvoor dat laatste nodig was, begreep ik toen we bij het metrostation aangekomen waren: mevrouw wilde met rolstoel en al de trappen af getild worden. Uiteindelijk had ik vier medestanders, met wie ik geruststellende blikken uitwisselde. Dat kon echter niet voorkomen dat ik zwetend, hijgend en puffend beneden op het perron aankwam. Iedereen vertrok. Of ik haar ook nog even de metro in wilde duwen? Ik weigerde niet. Achterovergeleund telde ik de minuten af dat het voertuig zou komen. Oh, God, riep ze uit. Of ik zwanger was? Ik schudde sussend mijn hoofd. Ik heb getwijfeld, maar niet geweigerd.

Het is fijn om weer thuis te zijn. Maar direct bij thuiskomst werd ik geconfronteerd met de vergankelijkheid van het leven: het Aardbeienvrouwtje is verdwenen. Van de een op de andere dag is ze vertrokken en niemand weet waarheen. Opgegaan in het niets. Er staat nu een jonge knul in haar loods. Hij heeft voor de sier wat groente en fruit uitgestald, maar ik verdenk hem er eerder van in de ringtones te zitten. Hij wijkt met zijn ogen geen moment af van het schermpje van zijn Handy. Het nieuws uit Moabit haal ik nu uit de kranten. Aardbeien bestel ik online in Spanje. Ik vraag de bakker maar hoe het gaat en wens hem een prettige dag.

Ik zou woedend kunnen zijn op het Aardbeienvrouwtje. Dat ze zomaar weggegaan is, zonder afscheid te nemen. Ik besloot haar op te sporen. De buren en haar nieuwe opvolger beneden wisten van niets. Op Google vulde ik daarom alles in wat ik van haar wist. Dat was niet veel. Niet genoeg voor iemand van wie eenvoud een levensthema is. Wat had ik gedacht te vinden? Een twitter-account waarop ze elke dag schrijft door weer en wind van Wedding naar Moabit te reizen? Een Facebook-pagina met gezellige aardbeienkiekjes? Of een aanbieding van haar laatste groentedeal op eBay? Ik heb nog niet gevonden wat ik zocht. Ik heb alleen haar naam. Dat is wel handig als je je debuutroman aan iemand opdraagt.

Van voorherfst is inmiddels ook geen sprake meer. Het is keikoud, de regen slaat tegen de ramen en de behoefte aan pepernoten is bijna niet te stuiten. Als een dolle schrijf ik mijn papers en bereid ik mijn eerste colleges voor volgende week voor. Het gewone leven gaat weer beginnen. Met gepaste weemoed maak ik me op voor de echte herfst. Een nieuw seizoen Berlijn. Ik ben er klaar voor.


*Vrij vertaald: een steekje los hebben

Advertenties

5 Reacties op “Voorherfst

  1. Kirsten,
    Wat een verrassing om op een druilerige woensdagmiddag zo’n fanatastische blog te kunnen lezen.
    Hoelang zit je nog in Berlijn? Waar ben je nou precies mee bezig? Waar gaan die boeken over die je ook buiten kunt lezen?
    Zelf vertrek ik zaterdag voor drie weken naar Curacao, Aruba en Suriname in het kader van mijn HAN-werk.
    Groet,
    Truus

  2. Lieverd, is het oke als ik het doorstuur naar een krant. Ik vind oprecht dat je hier meer mee moet doen. Elke zin boeit en dwingt je de volgende te lezen! Chapeau……
    x

  3. Lieve Kirsten,
    Wat heb ik ze gemist van de zomer: jouw fascinerende impressies van Berlijn en haar bewoners….Je vertelt zo beeldend, dat ik je voor mijn ogen die rolstoel zie duwen….met hoge hakken en knalrode lippen en al…Als je je eerste bundel uitgeeft, ben ik er als de kippen bij er eentje te kopen!!
    Ik kijk nu al uit naar je volgende verhaal!
    Trotse knuffel,
    Ineke

  4. Ha lekker ding

    Ik heb genoten van je blog en vindt dat je maar schrijfster moet worden.
    Je leest je blog met een gemak van een boek en werdt er door gepakt.
    Maar hoop toch dat we je weer eens snel zien om een emmertje te drinken
    en gezellig ff bij te kletsen op een terrasje in Nijmegen.

    Ik mis je aanwezigheid met stralende lach en gezellig gekeuvel.

    Dikke pakkerd Jan Remmers

  5. Hai honey!

    Het wordt ook steeds mooier! Ben het eens met Machteld, maar dat had ik in de vakantie al gezegd.

    Hoe is het ondertussen met de hakken, en dan met name de achterkant ervan? Die dingen slijten toch als gekken op deze manier..?

    x

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s